Verlof
In Nederland zijn er verschillende vormen van verlof, die je kunt opnemen voor bijvoorbeeld de bevalling of als je extra tijd nodig hebt voor de zorg van je kind.
Zwangerschapsverlof en kraamverlof
Iedere vrouw heeft recht op 16 weken zwangerschapsverlof. Meestal vanaf 6 weken voor de uitgerekende datum tot en met 10 weken na de bevalling. Als je eerder bevalt blijft het verlof 16 weken; als de bevalling later plaatsvindt krijgt u automatisch langer verlof.
In overleg met je werkgever kun je het verlof flexibel opnemen, bijvoorbeeld door wat later te stoppen met werken. Je mag je zwangerschapsverlof ook verlengen met vakantiedagen. Met je werkgever kun je ook de mogelijkheden van ouderschapsverlof bespreken. Je partner krijgt na de bevalling 2 dagen kraamverlof.
Ouderschapsverlof
Als je de zorg hebt voor een kind jonger dan 8 jaar, en je hebt moeite om dit te combineren met je werk, dan kun je ouderschapsverlof opnemen.
Calamiteitenverlof
Calamiteitenverlof is verlof dat je direct kunt opnemen als er plotseling een ernstig probleem is. Bijvoorbeeld wanneer je baby plotseling ziek wordt, en je hem moet verzorgen.
Kortdurend en langdurend verlof
Kortdurend en langdurend verlof kun je opnemen als je kind, partner of ouder ziek is geworden en je de zorg op je neemt. Het gaat hierbij om ziektes die in het algemeen lang duren, zoals ziekenhuisopnames. Langdurend verlof kun je alleen opnemen als het echt gaat om een ernstige, levensbedreigende ziekte.
Meer informatie over verlofregelingen kun je vinden op de website van de Rijksoverheid.

